weblog fastfoot op www.fastfoot.nl/blog
De Fastfoot weblog is verhuist en kun je vinden op www.fastfoot.nl/blog
De Fastfoot weblog is verhuist en kun je vinden op www.fastfoot.nl/blog
Wat is nou 2 maanden? Heel lang niet bloggen, en dat heb ik erg gemist. Bommel dood en begraven naast de kikkerpoel. Ymkje in Wenen bij de VN, Jelle op en neer naar Nice en Aix voor zijn rugoperatie. Brenna gepromoveerd tot kikker (badje 2 voor de kenners en nog heeeel lang te gaan voor diploma A), Marit in de plusklas. Raymond naar Brussel, Den Haag, Madrid en weer terug.
Onze 12 eikenbomen hebben een recordoogst eikels gedropt in de tuin. Ik las ergens dat er in één boom 600 kilo kan hangen, of waren het nu de eikels die ze geteld hadden? De pony’s staan inmiddels in onze eigen wei. Shetje Nina is er bijgekomen. Ze is van adel (heeft stamboom met papieren), maar diep gezonken. Ze moest op kinderfeestjes knuffelpony zijn en daar was ze bepaald ongelukkig van geworden. Met onbekapte hoefjes en zonder chip is ze hier de wei ingescharreld. Ze blijkt onder het zadel met Brenna op haar rug werkelijk als een zonnetje te lopen.
De schuur me
De eerste pionier houdt moedig stand op de oever van de kikkerpoel. Een half jaar geleden heeft een loonwerker in het natste deel van de wei een flink gat gegraven dat zich in enkele weken tijd vulde met water dat net zo hoog staat als het grondwater in de wei er omheen. Daarna hebben we de poel met rust gelaten, de poel zorgt voor zichzelf. Waterjuffers, vijverlopers, bootsmannetjes en slootschrijvertjes hebben op eigen kracht de poel gevonden. Het lukt Marit niet om de kikkers te vangen die op de kant liggen te zonnen. Ze blijft het met een emmertje proberen en telkens komt ze thuis met weer een serie nieuwe waterbeestjes die we opzoeken in het boekje.
De eerste kattenstaart staat roze te bloeien in het zand aan de kant van het water met vlak daarbij de eerste pionierwilg van 15 centimeter hoog.
Josje en VanGent vinden het water minstens zo interessant en turen vol interesse naar de schittering van de zon.
Ze groeien ongeveer een kilo per week en draven opgewekt met ons mee wanneer we over het graspad naar de kikkerpoel lopen. Dat graspad is een kilometer lang en wanneer ik met mijn grasmaaier maai lijkt het net of ik met die maaier de hele wei aan het bewerken ben. Het gras groeit soms 5 centimeter op een dag.
'Kijk mam!', roept Marit enthousiast en ze steekt een emmertje water onder mijn neus. Een wormachtig dier kronkelt verwoed in het rond en steekt zijn kopje driftig boven water op zoek naar een uitgang. 'Een paardenbloedzuiger!' Als het om spinnen en torren gaat lukt het mij heel behoorlijk om enthousiast mijn bewondering te uiten. Nu zoek ik toch enigzins licht in mijn hoofd de beschrijving op in het boekje. Het beest eet geen bloed en heeft geen enkele band met paarden. Pfff. Maximale grootte is 10 centimer. Wat een opluchting.
Vliegende schotels in mijn moestuin! Ik had er al een tijdje op zitten wachten, maar was wat onzeker over de juiste omstandigheden. Ik had ze alleen op de plaatjes gezien. Maar met foto's kun je behoorlijk manipuleren dus of het echt wat zou worden? Eerst was het te droog, vervolgens waaide het te hard en over de maand juli zullen we het maar niet hebben. Maar dan ineens verschijnen ze daar tussen het groen. Mijn eerste echte ufo's. Stralend wit, prachtig futuristisch vormgegeven en met een naam die doet denken aan heldhaftige generaals. Pattison.
De bonen zijn mislukt, de staken van de lathyrus zijn omgewaaid. Bij dezelfde storm die mijn mais omver gooide, maar die heb ik weer overeind geduwd en inmiddels hebben de pruikjes van 12 kolven zich al laten zien. De madeliefjes die ik zaaide blijken margrieten (het duurde ook zxf3xf3 lang voor er bloemen verschenen) en de zaailingen van de tomaten en de cosmea had ik per ongeluk verwisseld dus nu groeien de roze cosmea's gelukzalig en erg hoog langs het speciaal door mij gestapelde muurtje dat natuurlijk bedoeld was voor de tomaten. De tomaten die collectief de geest hebben gegeven na de zoveelste bui in juli. De courgettes produceren intussen in hoog tempo nieuwe exemplaren en ik heb al 2x bietjes uit eigen tuin gegeten. De radijsen deden eerst helemaal niets en vervolgens lagen er exemplaren zo groot als sinaasappels half boven de grond (niet meer te eten, maar ze bloeien met prachtige lila bloemetjes).
Apetrots oogst ik in de gutsende regen mijn eerst rode kool. Vanzelfsprekend kijk ik in iedere moestuin waar ik langs fiets of wandel. Hxe9, daar doen de boontjes het wel, denk ik dan. En hoe zouden die mooie bloemen heten?
En dus kijk ik ook in de moestuin van de buurman wanneer ik er met honden en kind langs wandel. Bxe9xe9xe9xe9h! roept de indringster mij toe en steekt vervolgens vol overgave haar neus weer in de bloemkolen. Nee, dan toch liever de rupsen die xedk afgelopen week van mijn spruiten heb verwijderd…
Dagelijks voert Raymond grastransplantaties uit. En dagelijks weten broer en zus op een onbewaakt moment weer een nieuw gat te graven in ons gras. Zus Josje is meestal de aanstichtster van het kwaad en broer VanGent doet nadat hij links en rechts even gekeken heeft (bij gaten graven hoort op een wat wonderlijke manier een lange schreeuwende man en dat is best eng eerlijk gezegd) hartgrondig mee.
Nadat de ergste regen is gevallen trekken Marit en ik onze laarzen aan en nemen Josje en VanGent mee voor een echte wandeling. Ze snorren als opwindbeestjes achter ons aan. VanGent ploft met zijn grote poten enthousiast door iedere plas en Josje probeert angstvallig op het droge te blijven. Na de wandeling bekijkt Josje mijn activiteiten op een droge plek en is niet van plan zich nog een keer nat te maken. VanGent hobbelt iedere stap achter mij aan.
'Is dat nou dubbel werk? Twee van die pups?', vraagt de moeder van een schoolvriendinnetje. Ik zeg maar niks over de keutels en de plasjes die we dagelijks her en der aantreffen. En de doorgeknaagde internetverbinding was uiteindelijk het werk van maar xe9xe9n hond (Josje natuurlijk), dus dat telt niet mee. Dat ze er beide vandoor kunnen gaan met ieder xe9xe9n van mijn klompen in hun bek is achteraf gezien best grappig. Maar terwijl we eten kunnen we ze samen buiten zien spelen en 's avonds vallen ze dicht tegen elkaar in slaap. Het liefst in de buurt van een paar mensenvoeten. Ze zuchten zo nu en dan diep en controleren met xe9xe9n oog open of je nog in de buurt bent. Dus antwoord ik dat het dubbel zo leuk is.
Wanneer ik achter in de tuin een abrikozenboompje plant durven ze samen onbekend terrein verder te verkennen en belanden ongezien in de wei van Luna en Boefje. Vanwege het kabaal ren ik gealarmeerd richting de wei en zie daar Josje en VanGent in volle vaart al blaffend zich uit de voeten maken voor Luna en Boefje die gezamenlijk in volle galop het zwarte gevaar uit hun wei verjagen. Broer en zus zoeven onder het hek door en hebben de rest van de dag geen enkele belangstelling meer voor dat stuk gras. In tegenstelling tot de rest van het gras zie ik later op de middag wanneer de twee zwarte pups hard weg rennen voor een woest schreeuwende lange man.
Dubbel zo leuk. Echt.
Mijn gewoonte om het hooi voor de paarden te vervoeren in Raymonds auto leverde een koortsachtige zoektocht op. Regelmatig deed Raymond verslag van zijn vondsten. Een blauwe in noord Friesland (te ver), een donker groene vlakbij Utrecht (al verkocht) en na nog wat ongeschikte exemplaren vindt hij een zwarte in Barchem. Het is de bedoeling dat ik er in ga rijden dus haal ik zelf de 16 jaar oude Landrover op in de nabij gelegen uithoek. Het is een automaat met een barst van een halve meter in de voorruit, een flikkerend zekeringslampje van de airbag en het geluid van een opstijgende bommenwerper (ik woonde vlakbij Arnhem toen de opnames van een Brug te ver werden gemaakt dus ik kan het weten). De 10 kilometer naar huis levert een lege tank op, woedend kijkende tegenliggers en iedereen gaat spontaan voor mij aan de kant. Ik schaam mij dood. Ik rij stapvoets langs iedere fietser of wandelaar die ik tegen kom (ze kijken hoe dan ook verontwaardigd langs de barst) en verdwijn bijna in de berm voor tegenliggers. 'Het is voor het hooi en voor het vervoer van de beesten', zou ik willen uitleggen. 'En vanwege de trekhaak ook.' 'Kun je geen paardentrailer voor mij kopen?', stel ik Raymond voor, 'dan hang ik die achter de Landrover en rij daar mee rond, dan snapt iedereen waarom ik in dat zwarte gevaar zit'.
Samen met Brenna rij ik met de B52 naar de Veluwe om Josje op te halen. Onze nieuwe pup hebben we genoemd naar de vervangende zangeres uit K3. Lief en leuk op haar eigen manier. De pups liggen innig verstrengeld in een een kluwen zwart met wit onder een enigzins beschadigde hortensia te slapen. De eigenaresse oogt wat vermoeid, de moederhond drukt haar neus in mijn hand en maakt zich uit de voeten wanneer haar elf kinderen stuk voor stuk ontwaken. 'Ben je ze allemaal al kwijt?', vraag ik. 'Nee, de reutjes hxe9', de eigenaresse zucht een diepe zucht,' we zoeken nog een plek voor vier van de negen reutjes. Maar nu met de vakantie, en de crisis misschien, vorige keer waren ze sneller weg…' Met Josje in mijn armen kijk ik om mij heen en hoor mijzelf zeggen 'Ik kan er wel een reutje bijnemen.' De eigenaresse plukt her en der een hond onder de struiken vandaan en zegt 'Kies maar!' Ik wijs het kereltje met de breedste voorpoten aan en een lodderige blik in zijn ogen. Ze passen net met zijn tweeen in de bench die achter in de auto staat. Wanneer we wegrijden zet het kereltje het op een janken. 'Mag ik naast hem zitten?'vraagt Brenna. Ze past nog precies op het uitklapstoeltje naast de bench (Raymond: er zitten 7 zitplaatsen in die Landrover!). Door het open raam hoor ik de eigenaresse tegen haar zoontje zeggen 'Dit doet nooit iemand zomaar, wat die mevrouw doet'.
De hele weg terug zingt Brenna liedjes uit het repertoire van K3. Wanneer we de brug over de IJssel bij Doesburg over denderen hoor ik achterin 'Hand in hand, oog in oog, alle kleuren van de regenboog!' Geluk, gelukkiger.
'Ja', vindt Raymond, 'het is inderdaad wel een beetje raar…' 'Maar ik moet toch xedets!' mopper ik.
Op hardhandige wijze heb ik ontdekt dat met maar xe9xe9n hand aan het stuur fietsen over een zandpad met een galloperende shetlander heel romantisch lijkt. De zon schijnt tussen de bomen door, de vogels fluiten en een haas huppelt door het lange weidegras. Boefje geniet met de oortjes naar voren en net wanneer ik mij afvraag hoe hard we eigenlijk aan gaan is er geen sprake meer van we. We is ik. Boefje is vanuit volle galop abrupt halt gehouden en ik vlieg nog vooruit, het voorwiel van mijn fiets klapt dubbel en terwijl ik mijzelf door de lucht trappel denk ik. Niet. Weer. En ik blijf overeind en heb tot mijn eigen verbazing zelfs het touw van Boefje nog in mijn hand. Die mij doodonschuldig aan staat te kijken met een pluk gras tussen zijn lippen. Het is hem gelukt om binnen 3 seconden uit volle galop te schrikken (schoffelende vakantiewerkers tussen jonge aanplant), stil te staan en een hap gras te nemen. De grootste schade is mijn geknakte ego (maar dat was al niet zo gloednieuw meer) en een gebroken versnellingskabel. In de zwaarste versnelling maak ik koppig het geplande rondje af. In draf zoeft Boefje naast mij door de berm. Ik voel mij dik, zwaar, geknakt en behoorlijk mislukt.
'Ik moet toch iets', bedenk ik de volgende ochtend en besluit te gaan hardlopen. Met Boefje. Goed voor zijn conditie en die van mij kan echt stukken beter. 'Best wel raar', beaamt Raymond, 'maar maakt dat je wat uit?' Tja, de eerste keren loop ik in de hozende regen (geen toeschouwers), in de vroege ochtend (weinig toeschouwers) en in de late middag (alleen vrachtauto's).
Dan stuit ik om 8 uur 's morgens op een groepje wegwerkers. Er staan graafmachines, oranje pionnen en 5 wegwerkers met knaloranje reflecterende hesjes. 'Gaat dat wel mevrouw?', informeert xe9xe9n van de heren. 'In stap komt hij wel achter mij aan', zeg ik zelfverzekerd. En verhip, Boefje sjokt keurig tussen alle obstakels door achter mij. 'Dat hardlopen is goed voor jullie alle twee', constateert xe9en van de mannen. Een andere lacht en ik hoor hem nog net tegen de andere zeggen 'Ik heb nog geen dikkere billen zien rennen hier in Bekveld'. Met Boefjes ego is verder alles nog ok.
x91Ze is er niet meerx92, zegt de dierenarts en aait over de rug van hond Lobke. x91Het is maar een hondx92, zal mijn buurman zeggen. Zijn hond is ouder en zieker dan die van mij en steeds wanneer ik hem spreek zegt hij dat. x91Het is maar een hondx92. Wanneer hij niet weet dat ik kijk zie ik hem op zijn hurken voor zijn hond zitten. Hij houdt haar kop tussen zijn handen en praat tegen haar of het een kind is.
x91Het is maar een hondx92, zeg ik tegen de dierenarts, terwijl ik de dode Lobke over haar kop aai. Met mijn hand op de vacht van het dode dier zie ik ineens glashelder de twee kittens weer voor mij. Meer dan dertig jaar geleden verhuisden we naar het midden van het land en maakten wij kennis met de mensen die wisten wat zij moesten doen en laten. Niet op zondag de was ophangen, niet televisie kijken waren belangrijk vertelde de oude boer met geiten die achter ons woonde. Zijn zus wist dat zij veel dingen had gedaan die ze had moeten laten en haalde lege dozen bij het oud papier weg waar zij in ging staan om ze vervolgens in brand te steken. Zij oefende vast voor later, voor als ze in de hel zou branden. Mijn zusje vond de geiten van de oude boer onweerstaanbaar en was bij de hokken van de dieren niet weg te krijgen. De katten die er liepen kregen in het voorjaar en het najaar jongen. Deze verdwenen steeds spoorloos dacht mijn zusje. Ze begreep er niets van tot ze op een zaterdagochtend de neef van de oude boer jonge katjes in een jute zak zag stoppen. De zak legde hij op de grond waarna hij over het piepende bundeltje heen reed met zijn trekker.
Mijn zusje van negen jaar oud was diep verontwaardigd en vertelde aan iedereen haar verhaal maar niemand deed iets. Ze ontdekte dat xe9xe9n van de katten zich met twee jongen ver achter het stro had verstopt en bracht de kat eten en wist zich geen raad wat te doen met beide jongen toen deze steeds speelser werden en als bolletjes wol uit het stro rolden. Toen ze ongeveer zes weken oud waren nam ze ze mee naar huis. Een kleine zwarte pluizenbol en een pienter wit dametje met cyperse vlekjes op haar kop en rug. Ze mocht er eentje houden, de andere moest terug naar de trekker. Ze kon niet kiezen. x91Doe jij het maarx92, zei ze tegen mij.
Op het bord in de tuin van de dierenarts stond dat ze iedere avond inloopspreekuur had en ik heb de beide katjes in een doos gezet en ben naar de dierenarts gelopen. Ik was een kind van dertien jaar en wist zeker dat de dierenarts wel zou kunnen helpen. Ik vertelde het verhaal van mijn zusje, de trekker en de keus en vroeg de arts welke van beide katjes het meest gezond was. Dat zou de keus eenvoudig maken. x91Kies maarx92, zei de arts, x91ze zijn beide even gezondx92. Ik nam de zwarte pluizenbol mee terug naar huis de andere kreeg na mijn keus een spuitje. Ik voelde mij oud toen ik terug naar huis liep en wist dat wat ik moest doen beter had kunnen laten.
Vlak bij de kerk waar de oude boer naar toe ging was de witgoedwinkel waar behalve wasmachines en koelkasten ook singletjes werden verkocht. Ik kocht daar de hitsingle x91Knowing me knowing youx92. Op straat sprak iemand mij aan. Wist ik wel hoe duivels popmuziek was? De duivel stopte er boodschappen in die rechtschapen mensen tot verderf brachten. Deze boodschappen openbaarden zich wanneer je de muziek achteruit draaide waarna de Engelse teksten geen hitmuziek meer waren maar boodschappen waarin de argeloze luisteraar werd opgeroepen zich op te hangen, anderen te vermoorden of gewoon zichzelf. Thuis wist ik met veel moeite de muziek achterwaarts af te luisteren, en hoewel het singletje daarna vernield was kreeg ik er verder geen destructieve nijgingen van. Wel een diepgewortelde afkeer van mensen die weten wat je moet doen en laten.
Een week nadat we Lobke hebben begraven vind ik via Marktplaats een nieuwe pup. Ik ben van harte welkom om een keer te komen kijken en ik vertrek in mijn auto naar de Veluwe. De nieuwe pup maakt deel uit van een nest met nog 10 andere pups en woont bij een familie waar alle vrouwen lange rokken dragen, de oudste dochter nog zes broers en zussen heeft en waar de jongste dochter Brenna glazig aanstaart wanneer zij enthousiast verteld over de puppies van de film 101 Dalmatixebrs. x91Nee, zij kijken nooit televisiex92.
x91God, wat zijn deze puppies prachtigx92, zeg ik en krijg een rood hoofd en probeer de rest van het bezoek op mijn woorden te letten met als gevolg dat ik x91Jezus!x92roep wanneer Brenna per ongeluk een pup uit haar handen laat vallen en minstens drie maal x91Godogodx92 mij ontvalt bij het aaien en bewonderen van al het prachtigs. Wanneer de moederhond haar neus in mijn oor steekt en mijn wang likt zegt de vrouw des huizes manmoedig x91Dan merk je aan zox92n hond dat ze toch door heeft dat je eigenlijk een goed mens bentx92. Ik zucht en neem eindelijk een besluit over de te kiezen pup.
Intens gelukkig rijden we weer terug naar huis en op de radio speelt ABBA x91Knowing me knowing youx92 en ik bedenk ineens innig tevreden dat het omgekeerde van God, Dog is.
Deze column heb ik geschreven voor de nieuwste nieuwsbrief van de website van simplifylife
'We hebben allemaal moeite met de binnenbocht', vertelt Pim mij in het ziekenhuis van Nice. Pim is de enige Nederlander in Jelles ploeg in Aix. Na Jelles ongeval komt Pim namens zijn ploeggenoten bij ons op bezoek. Op de bankjes van de hal van het ziekenhuis liggen her en der zwervers, zitten wat verpleegkundigen en wij. Pim doet verwoede pogingen ons op de hoogte te houden van het algemene Nederlandse nieuws op dat moment. Ik zou werkelijk niet meer weten wat dat nieuws was toen. Maar zijn verhaal van de binnenbocht is mij bijgebleven. Vanzelfsprekend zijn alle wielrenners een week na Jelles ongeval weer naar de volgende wedstrijd gegaan. Trainer Eric heeft dagen lang gezworen niets meer met wielrennen te maken willen hebben, maar ook voor hem gaat het peloton gewoon verder.
Ik denk er aan terug terwijl Jelle mij op zaterdag voor de derde keer vraagt of ik op buienradar heb gekeken. 'Als het regent ben ik bang dat ik ga vallen in een bocht', meldt Jelle. Hoopvol tuur ik op het scherm waar een dikke band neerslag langzaam maar zeker over ons land schuift. Ootmarsum ligt in het oosten, als het ergens iets minder regent is het daar probeer ik Jelle op te monteren. Jelle is in Nederland en rijdt op zaterdag het NK bij de beloften en is zenuwachtig. 'Mijn doel is overeind blijven en uitrijden', zegt hij tegen iedereen die het maar horen wil. 175 km lang loop ik samen met Raymond op en neer tussen de ene bocht en de andere bocht van het 8 vormige parcours. Na drie ronden zie ik zijn gezicht ontspannen en is wat mij betreft de race al geslaagd. 'Het is een wonder!', zegt Ton, zegt Louis, zegt Anita, zegt Puck, zeg ik tegen Raymond.
Met de binnenbochten van Pim is het ook goed gekomen gelukkig. Op zondag wint hij het NK bij de heren. Geen wonder, hard gewerkt. Mooi nieuws.
'Grote hond!', roept een man op zijn fiets mij toe. Hij lacht zelf om zijn grap. Pony Boefje heeft beweging nodig en iedere dag voor de kar is behoorlijk omslachtig. De ramen moeten ook nog weleens gezeemd, de was blijft liggen en het gras groeit onvoorstelbaar hard door. Dat betekent grasmaaien in de tuin en de twee ponies in de wei laten bewegen. Fietsen met Boefje blijkt een uitkomst. Na 100 meter stappen zet hij een drafje in en dat drafje houdt hij keurig vol. Zijn oortjes draaien alle kanten op. Naar voren wanneer hij vaart maakt, naar links wanneer ik tegen hem praat, naar rechts wanneer er in de wei een trekker hooi aan het keren is. Bij nieuwe objecten houdt hij zijn vaart in en bekijkt het bushokje, witte plastic hooibaal, recamebord aandachtig.
Wanneer Boefje voor de kar een voor hem nieuwe weg oploopt is het met zijn vaart gedaan. Min of meer zigzaggend gaan we dan over de weg. Voordeel van het fietsen is dat hij op nieuw terrein mij naast zich heeft in plaats van roepend vanaf een bankje achter hem. Dit komt de kwaliteit van het voortbewegen ten goede. Een strakke rechte lijn door de berm. 'Grote hond!', roept een boer vanaf zijn trekker. Hij is de derde vandaag. Bij de wandelpauze halverwege onze route zie ik zweetdruppels op Boefjes hals. Maar na 5 minuten zet hij zelf een enthousiast drafje in en gaan we alweer richting huis en wei. Een man op een racefiets haalt mij in. 'Grote hond!', roept hij opgewekt. 'En hij blaft bijna nooit!', roep ik terug. Thuis zet ik Boefje in de tuin onder de sproeier. Eerst tuurt hij verbaasd naar zijn natte enkels en vervolgens neemt hij een enthousiaste slok van het water. 'Brave hond', zeg ik. Vergissen is menselijk.