paardenbloedzuiger
De eerste pionier houdt moedig stand op de oever van de kikkerpoel. Een half jaar geleden heeft een loonwerker in het natste deel van de wei een flink gat gegraven dat zich in enkele weken tijd vulde met water dat net zo hoog staat als het grondwater in de wei er omheen. Daarna hebben we de poel met rust gelaten, de poel zorgt voor zichzelf. Waterjuffers, vijverlopers, bootsmannetjes en slootschrijvertjes hebben op eigen kracht de poel gevonden. Het lukt Marit niet om de kikkers te vangen die op de kant liggen te zonnen. Ze blijft het met een emmertje proberen en telkens komt ze thuis met weer een serie nieuwe waterbeestjes die we opzoeken in het boekje.
De eerste kattenstaart staat roze te bloeien in het zand aan de kant van het water met vlak daarbij de eerste pionierwilg van 15 centimeter hoog.
Josje en VanGent vinden het water minstens zo interessant en turen vol interesse naar de schittering van de zon.
Ze groeien ongeveer een kilo per week en draven opgewekt met ons mee wanneer we over het graspad naar de kikkerpoel lopen. Dat graspad is een kilometer lang en wanneer ik met mijn grasmaaier maai lijkt het net of ik met die maaier de hele wei aan het bewerken ben. Het gras groeit soms 5 centimeter op een dag.
'Kijk mam!', roept Marit enthousiast en ze steekt een emmertje water onder mijn neus. Een wormachtig dier kronkelt verwoed in het rond en steekt zijn kopje driftig boven water op zoek naar een uitgang. 'Een paardenbloedzuiger!' Als het om spinnen en torren gaat lukt het mij heel behoorlijk om enthousiast mijn bewondering te uiten. Nu zoek ik toch enigzins licht in mijn hoofd de beschrijving op in het boekje. Het beest eet geen bloed en heeft geen enkele band met paarden. Pfff. Maximale grootte is 10 centimer. Wat een opluchting.
