water, avondeten
Jelle heeft Ymkje met beide handen beetgepakt en naar zich toegetrokken. Dan wijst hij naar de gang. Weg van deze plek wil hij. Weg. Uren is hij bezig om tussen zijn koortsdromen door Ymkje duidelijk te maken dat hij weg wil, weg moet uit dit vreselijke oord.
Wanneer het mijn beurt is om naast Jelle te zitten ligt hij aan zijn handen vastgebonden in bed. Een hoogrode kleur op de jukbeenderen. Wazig kijkt hij me aan wanneer ik zo snel als ik kan zijn handen los maak. 39 Graden koorts zie ik op de monitor. Ik aai hem over zijn hoofd. ‘ Echt Jelle, het komt echt weer goed ook al voelt het nu niet zo’, probeer ik hem op te beuren. Hij schudt zijn hoofd. Moeizaam probeert hij te hoesten. Een verpleegkundige komt binnen en vertelt in gedediceerd Frans dat ik op de gang moet wachten. Ze zal het slijm uit Jelles longen gaan wegzuigen. ‘ Niks daarvan’, doe ik net zo gedeciderd terug. Ik blijf bij Jelle en hou zijn hand vast. ‘Wat u wilt’, reageert ze met een zuinige blik. Jelle kijkt haar met grote schrikogen aan, ik merk aan hem dat hij al weet wat er komt. Er wordt een buis achter in zijn keel gestoken, daar doorheen komt een lange holle draad. Jelle worstelt, draait en gromt. Ik proef bloed in mijn mond, wang stukgebeten. De procedure is voorbij. Jelle hapt naar lucht. Trekt aan zijn zuurstofmasker, duwt mijn hand tegen zijn gezicht. ‘Heb je pijn?’ Schudt nee. ‘Masker af? Weer nee. ‘Schoonmaken? Ja. Ik pak een verbandgaasje en veeg over zijn gloeiende gezicht. De verpleegkundige zet een ventilator naast hem neer. ‘ De koorts moet echt naar beneden mevrouw!’ Na 5 minuten gebaart Jelle ongeduldig naar de ventilator. Weg! Wanneer ik niet snel genoeg reageer haalt hij uit met zijn hand en krijgt het ding bijna tegen de grond gewerkt. Hij trekt de elektrode van zijn vinger, trekt opnieuw aan zijn zuurstofmasker. Ik zie dat de permanente naald uit zijn rechterhand is verwijderd. O zo handig om bloed af te nemen, maar ook die is niet veilig voor Jelles nijdige acties.
Opnieuw wijst Jelle naar zijn mond. Ik vertel hem dat ik weet dat hij honger heeft en dorst maar dat hij nog niets kan en mag eten of drinken. Via de infusen krijgt hij alles wat nodig is. Met wapperende armen en in de lucht gestoken benen rukt hij aan de kousen aan zijn benen. Te warm misschien vanwege de koorts? Ik help hem met uittrekken en wil de eerste kous wegleggen. Hij grijpt hem stevig vast, rukt in een vloeiende beweging zijn zuurstofmasker af en propt de kous in zijn mond.
Ik heb een zoon in het ziekenhuis die bijkomt uit een coma, die drie gebroken rugwervels heeft, een longontsteking heeft en van de honger zijn kous opeet. Het is of ik naar mijzelf sta te kijken terwijl ik in een worsteling met Jelle verwikkeld raak om hem de kous weer te ontfutselen. Uitgeput van de krachtsinspanning valt hij terug naar achteren en wappert met zijn rechterhand. Hij maakt het drinkgebaar. Ik loop naar de gang, niemand. Terug naar Jelle die naar zjn mond wijst. ‘ Ja ik weet dat je dorst hebt, ik vraag een verpleegkundige.’ Het gedecideerde exemplaar kijkt mij uitdrukkingloos aan. ‘Nee, hij mag niet drinken. Dat heeft u al drie keer gevraagd. Het mag niet.’
Jelle ligt te schudden in bed. Pakt mij beet. Weer het handgebaar. Drinken! Ik grijp in de doos met verbandgaasjes en hou er eentje onder de kraan en leg het tegen Jelles lippen. Hij zuigt het leeg. Weer, en weer en weer. Schichtig kijk ik naar de gang. Niemand. Na het tiende gaasje schudt Jelle ongeduldig met zijn hoofd, weer het handgebaar. Hij duwt me naar de richting van de kraan. Vol wanhoop probeert hij een woord te vorm met zijn lippen. Hij duwt met zijn borstkas, zijn armen, zijn tanden en zijn mond het woord naar buiten. ‘Water!’, roept hij.
En het goede nieuws van vandaag zeg ik tegen mijzelf: ‘Jelle heefd een woord gezegd’.
Het natte gaasje waar ik mee aankom duwt hij weg. Opnieuw loop ik de gang in. In opperste concentratie probeer ik mij te beheersen. Nu niet gaan schreeuwen, niet gaan krijsen. Netjes blijven. ‘Mijn zoon heeft dorst’, zeg ik opnieuw. ‘Hij zegt dat hij water wil, mag hij alsjeblieft water met een rietje?’ Ik spreek de volledige zin in correct Frans uit. Rietje is paille weet ik uit een lang vergeten vakantie.
Nee, schudt de verpleegkundige. De dokter heeft vanochtend gezegd dat het niet mag. ‘ Maar het is nu al 7 uur ‘s avonds breng ik er tegen in. Weer nee. Ik pak opnieuw verbandgaasjes en maak ze nat. Zie op de klok dat Ymkje al 5 minuten klaar staat om mij af te wisselen. Ik loop de gang in. Ren halverwege terug. En inderdaad, Jelle heeft beide benen over het schot van zijn bed heen gekregen. Ik leg ze terug. Vraag of hij alsjeblieft, alsjeblieft rustig wil blijven liggen tot Ymkje er is. Demonstratief vouwt hij zijn handen over zijn buik en strekt zijn benen. Wanneer ik over mijn schouder kijk in de gang zie ik alweer een been omhoog gaan.
Bij Ymkje smeekt Jelle opnieuw om water. Ymkje blijft onverbiddelijk gaasjes aandragen. Dan schudt hij zijn hoofd en wijst op zijn mond. Bij de gaasjes schudt hij. Zijn zus begrijpt hem niet. Dan fluistert hij ‘avondeten’. Ze loopt huilend naar een verpleegkundige. ‘Mijn broer heeft honger! Honger!’ De verpleegkundige loopt weg om terug te keren met een bekertje chocolademousse. Intens gelukkig kijkt Jelle Ymkje aan. Gelukt! Hij wil niet gevoerd worden, het kan niet anders. TerwijlYmkje het eerste hapje op een lepeltje doet grijpt hij bekertje uit haar had. Snel pakt ze het terug. Dan een hap mousse. Mond open, mond dicht. Moeizaam probeert Jelle te slikken. Slikken is geen adem hebben, slikken is nog benauwder worden. Kokhalzend hapt hij naar adem. Hij hoeft niet meer.
Een uur later besluiten de artsen dat Jelle 24 uur onder narcose gebracht zal worden en dat dan zijn longen schoongemaakt zullen worden. Dit was de 10e dag.

24 januari 2010 at 07:53
Ik durf het bijna niet te vragen, maar volgend jaar weer?
Bedankt voor het organiseren en ook alle vrijwilligers bedankt.
24 januari 2010 at 17:42
Gefeliciteerd; wat een prachtig resultaat en jullie hebben ook goed weer gehad. Helaas kan ik niet zeggen dat ik ook een bijdrage hieraan heb geleverd maar wie weet een volgende keer?
11 maart 2010 at 10:06
Brrrrr…akelig zeg, Wat een horror. Dit gun je je ergste vijanden nog niet eens! Bedankt voor al je uitgebreide verslagen! Het leest alsof je er zelf bij bent. We zitten aan je weblog gekluisterd en we leven met jullie mee! Sterkte!!
11 maart 2010 at 13:47
Lieve Feikje,Ymkje,Jelle en de rest van de familie die nog in Nice is,
Wat een verhalen en wat zitten jullie in een rollercoaster.
Heel veel sterkte en blijf knokken met z’n allen voor Jelle en voor elkaar. Vanuit nieuwerkerk leven we verschrikkelijk met jullie mee en klampen ons vast aan elke stukje nieuws wat we kunnen lezen.
Liefs, Gert,Annet,Tessa en Koen van Nieuwpoort
11 maart 2010 at 14:55
Lieve Feikje,
via Kitty hoorde ik dat je via je weblog laat weten hoe het met Jelle gaat. Ik hou je verslag met angst maar vol goede hoop in de gaten. Want hoop doet leven; dat zeiden we toch altijd?!
Heel veel sterkte en omhelsd,
Yvette
12 maart 2010 at 10:11
Veel sterkte toegewenst, fijn dat er hoop is!
Mirjam